Deze keer een (wat langer) gesprek met Hendrik Berends over zijn tijd bij de VV Musselkanaal. Hendrik zijn bijnaam is Bongel maar dat was wel al duidelijk na het lezen van de kop van dit artikel. We gaan het hebben over zijn tijd bij de voetbalclub waar hij al bijna vijftig jaar lid van is. Wat hij er heeft beleefd en wat hij er nog steeds beleefd en gaat beleven.
Wie is Hendrik Berends?
Ik ben in 1968 geboren, vrijgezel, woon aan de Sluiskade in Musselkanaal, heb twee kinderen (Aron en Sam). Ben al 38 jaar stukadoor bij eerst Rubingh in Stadskanaal en later Nanninga in Nieuw Buinen.
Hendrik, jij hebt een rijke voetbalcarrière bij Musselkanaal, vertel eens.
Ik was zeven jaar toen ik bij de VV Musselkanaal begon te voetballen. Ben begonnen in de F1 en mijn eerste trainer was Grietje Nieboer. Heb in alle eerste zeventallen en later elftallen gespeeld. E1, D1, C1, B1 en A1 en in de C1 en A1 kampioen geworden met trainer Harrie Schrik. Toen ik in de C1 (nu JO-13) speelde ging ik vaak met de bus mee van het eerste naar de uitwedstrijden. Daar speelden toen jongens in als Dick Teuben, Klaas Scheepstra en Abel Tieks en jaren later voetbalde ik nog met die jongens. Van Harrie Schrik kregen we voor de wedstrijd altijd zo’n dextro tablet. Het mooie daarvan is dat ik die dingen nu uitdeel bij het eerste, één van mijn taken als leider, haha. Toen ik bij de senioren kwam ben ik begonnen in het tweede met Gradus Krops als leider en heb later toch ongeveer vijf seizoenen bij het eerste gespeeld met legendarische trainers als Gabe Westerdiep, Johan Zuur, Henk Schoonbeek en Simon Zoetebier. Als persoon was Zoetebier de beste maar qua oefenstof was Schoonbeek de beste. Bij het tweede heb ik Frans Smit en Meint Smit als trainer gehad. Mijn laatste wedstrijd speelde ik uit tegen Leek 2. Heb ook nog samen met broer Jonny in het tweede gespeeld en dikwijls was Zoetebier daar ook altijd te kijken. Simon was altijd prestatiegericht, dat kon ik wel in hem waarderen, datzelfde heeft onze huidige trainer Jan Wielink ook.
Toen kwam de zeg maar recreatieve voetbalperiode, bijvoorbeeld het derde.
Daar weet jij zelf ook veel van, vooral de tijd in het derde met Willem Cosse (Onkel Willie) en Richard Sanders (Lailas) als leider. Daar kunnen we een boek over schrijven, natuurlijk is dat een onvergetelijke periode. De reis naar het Duitse Huingsen was altijd een hoogtepunt. Jos Timmer, Jan Kremer, Gert Bruinsma, Hans Toutenhoofd, Henk Teuben, Willem Cosse, Johnny Peters en nog veel meer gingen daar altijd mee naar toe. Er werd ook altijd wel even gevoetbald maar de gezelligheid en het vele drinken waren altijd de hoogtepunten. Zodoende ben ik ook tot negentien interland wedstrijden gekomen. Man, man, man wat heeft zich daar altijd wat afgespeeld, legendarisch. Met Willem en Richard als leider was heel mooi. Dat duo was een gouden koppel en voor hun gingen we door het vuur. Alleen al de wedstrijdbesprekingen waren geweldig. Willem had altijd hetzelfde ritueel, was fanatiek in die besprekingen en benoemde de sterke en zwakke punten van ons en de tegenstander en eindigde altijd steevast met het volgende: “Mondje dicht tegen die scheidsrechter want joe woiten tis een enorme kou!”. In die tijd van het derde trainde ik nog drie keer in de week en stond ik er een keer naast. Op mijn vraag aan Willem waarom kreeg ik het volgende antwoord: “Ook ol trainst doe tien keer in de week beter wost toch noit”, en daar moest je het mee doen. Valt veel over te vertellen. Zo moesten we een keer een toernooi bij Amicitia VMC spelen. Op de weg erna toe werd er gestopt bij de parkeerplaats in Glimmermade, de wel bekende homo parkeerplaats. Moesten we allemaal de auto’s uit en werd daar de warming up gedaan. Legendarisch was, heel toevallig, ook een wedstrijd bij datzelfde Amicitia VMC. In de pauze van die wedstrijd trok Geert Takkenberg een schoen uit en gooide die door de kleedkamer met de opmerking van jullie begrijpen me niet hoe ik wil voetballen. Geert was een klein beetje opgefokt zeg maar. Toen we weer naar het veld wilden nam Willem het woord. Na wat tactische tips kwam de opmerking van Willem dat Geert werd gewisseld. Nog geen twee seconden later vloog de andere schoen door de kleedkamer rakelings langs het hoofd van Willem. Voor mij waren Willem en Richard de beste leiders, later werden we het vierde elftal bij Musselkanaal en wat met het derde niet lukte gebeurde met het vierde wel. We werden kampioen, uit bij CEC wonnen we toen met 3-0. Als teambuildinguitje gingen we een keer naar de autobeurs in de RAI. Na afloop natuurlijk ook even Amsterdam in en wij kwamen uiteindelijk, toeval bestaat, bij de Bananabar terecht. Wat zich daar allemaal af speelde dat blijft in Amsterdam maar laten we het er maar op houden dat we daar ook wat ‘koplampjes’ hebben bekeken en het verhaal met de bril van Willem is natuurlijk uniek. Wat dat was zullen we hier maar niet zeggen!!
Op je 34ste stopte je met voetballen, waarom zo vroeg?
Het was de periode dat Aron begon te voetballen. Vond het mooi om hem te zien ballen in het veld en daarom zelf gestopt met voetballen. Aron speelde toen al samen met Rolf Kaijser. Ben ook bewust geen leider geworden. Wilde hem niet in de weg zitten want je krijgt al snel de opmerkingen dat je je zoon gaat voortrekken in bepaalde situaties. Ik wilde dat niet maar wat ze wel al snel zeiden toen Aron begon te voetballen: “Bongel, wie kinnen nou al zain dat hij beter is dan die”.
De Supportersvereniging, daar heb jij ook nog steeds een belangrijke rol in.
Ja dat klopt, al sinds de oprichting ben ik er bij betrokken. Eerst gewoon in het bestuur en later toen Willem Cosse er niet meer was heb ik het voorzitterschap overgenomen. Het zat toen eigenlijk een beetje op een dood spoor. Samen met aantal anderen hebben we de schouders er onder gezet en kijk wat we nu hebben bereikt. We hebben ruim 120 leden en de contributie is nog maar altijd 10 euro per jaar. We hebben als Supportersvereniging een bijdrage gedaan aan het Batse Toernooi, de reis naar het jeugdtoernooi in Denemarken, de Pannakooi, barkrukken voor in de kantine en de ballenactie, zo geven we soms ook nog wel wat aan een bepaalde activiteit. Bij elke thuiswedstrijd is de verkoop van onze ‘Bratwurst’ natuurlijk een succes. We hebben daar een prachtige ‘snibbelmesjientje’ wat natuurlijk bijdraagt aan die verkoop van de Bratwursten. Met elkaar hebben we onlangs een geheel nieuw onderkomen voor de verkoop van de Bratwursten gerealiseerd. Dat is toch prachtig geworden, met behulp van een heleboel sponsoren is dat bereikt en daarvoor wil ik ze nogmaals graag bedanken. Wat ik dan wel weer jammer vindt is dat er dan ook nog een aantal rondlopen op het sportpark en zeggen dat we niks doen.
Sinds een aantal jaren ben je leider bij het eerste elftal, waarom ben je daar mee begonnen?
Was er toch altijd al veel te kijken en Jan Potze de toenmalige leider had mij al een keer gevraagd of het niet iets voor mij was dat leiderschap. “Heb je al een leider?”, vroeg ik toenmalig trainer Wessel Woortman. Het antwoord van Wessel was nee en zo ben ik er in gerold. Het was natuurlijk mooi dat in mijn eerste jaar als leider we direct kampioen werden. Het tweede jaar werden we tiende wat toen nacompetitie betekende. Onvergetelijk was toen in 2023 de wedstrijd in de finale tegen Drachten die we met 4-2 wonnen. Ik heb twee geweldige jaren met Wessel beleefd, Wessel was een beste trainer en bovenal een beste vent.
In het derde jaar kwam er snel een einde aan het leiderschap?
Ja helaas wel, het was het bekende bus incident. Wessel stapte op als trainer en ik had met hem afgesproken dat wanneer hij zou stoppen ik ook zou stoppen. Dat was een vrij rigoureuze beslissing en gelukkig nam Harold Stoker het over. Bij mij begon het na een paar weken al weer te kriebelen en na diverse gesprekken, ook met Wessel, toen alles was uitgepraat ben ik toch weer leider geworden. Nog steeds geen spijt van en ik vind het gewoon geweldig om nog steeds leider te zijn. Heb veel geleerd van Willem en Richard destijds. Het is mooi om met jongens van de selectie bezig te zijn en ik probeer ze altijd te motiveren. Het randgebeuren is daarbij heel belangrijk en eigenlijk ben je een soort vaderfiguur voor ze. Samen met Harold doe ik dat en we hebben wel het idee dat men bij Musselkanaal het mooi vindt dat wij de leiders zijn bij het eerste, het vlaggenschip van de vereniging.
Hebben jullie als leiders ook inspraak?
Met de huidige trainer zeker en hij luistert soms ook nog naar ons, haha. Harold en ik werken nu voor het derde jaar samen als leider en die samenwerking gaat eigenlijk perfect. Het begint donderdags al wanneer we de spelers van de selectie bespreken. Wie van de andere elftallen er mee gaan. Vaak moeten we ook andere zaken regelen. Soep en broodjes, kleding en we hebben een spaarsysteem wat ook altijd aandacht vraagt, nee vervelen doen we ons zeker niet. Het Digitaal Wedstrijd Formulier (DWF) doet Harold altijd maar ik moet hem wel altijd controleren. We hebben beide ook besloten dat we nog een jaar doorgaan als leider.
Wat is Jan Wielink voor een trainer?
Jan heeft veel van Simon Zoetebier, hij is heel fanatiek maar zeer prettig in de omgang. Zijn oefenstof is ook prima. Hoewel de resultaten dat nu niet zeggen we beginnen steeds meer de vruchten te pakken van zijn aanpak. Harold en ik zijn er dan ook heel content mee dat hij heeft bijgetekend. We staan nu elfde en de doelstelling was om er in te blijven. Dat lukt helaas nu alleen nog maar via de nacompetitie. We werden al een klein beetje beschouwd als het lelijk eendje in deze klasse maar door de sterke maart maand is dat toch een beetje veranderd. We moesten met een volledig nieuw team beginnen na de promotie, we doen dat met veel eigen jeugd. Wanneer we erin blijven is dat prima maar bij degradatie is er ook geen man overboord. Als ik nog terugkijk na de promotie van Musselkanaal dan was het toch een geweldig seizoen wat we toen beleefden. Dat ondanks de ellende die er toen ook weer was. Het hoogtepunt was natuurlijk de winst op Stadskanaal in de beslissingswedstrijd die in Ter Apel werd gespeeld voor ruim 3000 toeschouwers.
Groen bloed en eerste klasse.
Zo aan het einde van het gesprek in de gezellige ‘Kneipe’ bij Hendrik aan de Sluiskade, waar merkwaardige wijze alleen maar Amstel bier wordt genuttigd, passeren nog een aantal zaken de revue. Hoewel het daar nu nog lang niet naar uitziet zou hij het geweldig vinden om ooit nog eens als leider van Musselkanaal in de eerste klasse te spelen. Dan komt ook nog even de naam Geert van der Tuuk ter sprake. “Geert was nu voor de tweede keer interim trainer bij ons. Geert is een goede, aparte, bijzondere en geweldige man, zowel als trainer als mens. Hij kan je enorm motiveren, dat is top maar als trainer is het gaan met die banaan”. Op de vraag of hij nog andere hobby’s heeft klinkt een duidelijk antwoord: “Alleen Musselkanaal”. Hendrik zegt van zichzelf dat hij groen bloed heeft, na vijftig jaar is dat ook niet erg. Vroeger was broer Jonny er ook altijd bij maar die stapte over naar Valthermond. In het begin noemde ik hem een ‘overloper’ maar dat is gelukkig weer veranderd. Jonny loopt geregeld weer bij ons op het voetbalveld, hetzij als Sinterklaas, scheidsrechter of grensrechter bij het eerste. Dat stemt mij zeker tot tevredenheid. Toch komt als laatste de huidige positie van Musselkanaal ter sprake. “Degradatie zit er aan te komen, er stoppen nog een aantal jongens en dan is er van het elftal dat in Ter Apel tegen Stadskanaal speelde weinig meer van over. Onbegrijpelijk allemaal, we hebben het bij Musselkanaal toch aardig voor elkaar en ik kan het ook allemaal niet volgen. Wat je er tegen kunt doen weet ik ook niet maar ondanks dat gaan we volgend seizoen gewoon nog een jaar door als leider.
Tot slot wil Hendrik alle supporters bedanken die ondanks alle nederlagen toch wekelijks weer langs de lijn staan om hun club te steunen en aan te moedigen. Hij hoopt ze ook volgend jaar weer te zien of het nu tweede klasse of derde klasse wordt.
